aandrijven

/ˈandrɛivə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) vaster doen sluiten
  2. ov (ov) doen bewegen
  3. erga (erga) al drijvend dichterbij komen

Vertalingen

Engelsdrive
Fransactionner, entraîner, propulser
Duitsantreiben, treiben
Spaansimpulsar, accionar, impeler