woorden
boek
Start
›
A
›
aaneengroeiing
aaneengroeiing
vrouwelijk (de)
/anˈenɣrujɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het aan elkaar vast groeien of gegroeid zijn
Een aaneengroeiing van dorpen.
Etymologie
* van aaneengroeien .
Verwante woorden
aaneen
aaneenbinden
aaneenbindt
aaneenbond
aaneenflansen
aaneengebonden
aaneengebracht
aaneengeflanst
aaneengeflanste
aaneengegroeid
aaneengegroeide
aaneengehecht
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aaneengroeien
aaneengroeit →