aaneensluiten

/anˈenslœytə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) dicht tegen elkaar aankomen
  2. ov (ov) dicht met elkaar verbinden
  3. refl (refl) zich ~: zich verenigen
    Het wordt tijd dat ze zich aaneensluiten en zich laten opnemen in het Duitse Rijk.

Uitdrukkingen

  • zich aaneensluiten: een verbond sluiten