aankoopkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de macht die een bedrijf heeft om de inkoopsprijs naar beneden te brengen
    Gemiddeld lag de prijs in de winkels dicht bij een Albert Heijn 2 procent lager dan in winkels verder af. Volgens Jeroen Jorssen, analytisch consultant bij AC Nielsen, blijken de prijsverschillen groter te zijn voor producten waar Albert Heijn zijn aankoopkracht in Nederland kan laten gelden dan voor typisch Belgische producten (pakweg een bak Jupiler).