aanlokken

/ˈanlɔkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) tot zich lokken, aantrekken, bekoren, op aangename wijze boeien
    De organisatie probeert het festival nog beter bekend te maken en meer toeschouwers aan te lokken.

Vertalingen

Duitsanlocken, reizen
Spaansatraer, cautivar, seducir