aanlokken
/ˈanlɔkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) tot zich lokken, aantrekken, bekoren, op aangename wijze boeienDe organisatie probeert het festival nog beter bekend te maken en meer toeschouwers aan te lokken.
Vertalingen
Duitsanlocken, reizen
Spaansatraer, cautivar, seducir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek