aanpasbaar

amˈpɑzbar

Wat is de betekenis van aanpasbaar?

aanpasbaar betekent: in staat om zich aan te passen

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. in staat om zich aan te passen

Voorbeelden van "aanpasbaar" in een zin

  • De woning moet daarvoor toegankelijk, doorgankelijk, bruikbaar en aanpasbaar zijn.

Etymologie

Naamwoord van handeling van aanpassen met het achtervoegsel -baar.

Vertalingen

Engelsadjustable, adaptable
Spaansadaptable