aanpasbaar
amˈpɑzbar
Wat is de betekenis van aanpasbaar?
aanpasbaar betekent: in staat om zich aan te passen
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- in staat om zich aan te passen
Voorbeelden van "aanpasbaar" in een zin
- De woning moet daarvoor toegankelijk, doorgankelijk, bruikbaar en aanpasbaar zijn.
Veelgestelde vragen over aanpasbaar
Wat is de betekenis van aanpasbaar?
aanpasbaar betekent: in staat om zich aan te passen
Hoe gebruik je aanpasbaar in een zin?
Voorbeeld: “De woning moet daarvoor toegankelijk, doorgankelijk, bruikbaar en aanpasbaar zijn.”
Etymologie
Naamwoord van handeling van aanpassen met het achtervoegsel -baar.
Vertalingen
Engelsadjustable, adaptable
Spaansadaptable
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek