aanpassen
/ˈampɑsə(n)/
Wat is de betekenis van aanpassen?
aanpassen betekent: (ov) aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken
Betekenis
werkwoord
- (ov) aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken
- (ov) aantrekken om te passen
Voorbeelden van "aanpassen" in een zin
- Nadat de ingang was aangepast konden ook mensen in een rolstoel naar binnen.
- De jonge vrouw moest haar leven helemaal aanpassen nadat ze invalide was geworden.
- Diersoorten die zich goed kunnen aanpassen aan de veranderende leefomstandigheden zullen overleven de anderen sterven uit.
- Ik moet de jurk eerst aanpassen, want ik kan zo niet goed zien of die staat.
Vertalingen
Engelsadapt, fit
Duitsanpassen, anprobieren
Spaansadaptar, adecuar, acomodar
Italiaansaggiustare
Poolsprzystosowywać, przymierzać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek