aanpassen

/ˈampɑsə(n)/

Wat is de betekenis van aanpassen?

aanpassen betekent: (ov) aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken
  2. ov (ov) aantrekken om te passen

Voorbeelden van "aanpassen" in een zin

  • Nadat de ingang was aangepast konden ook mensen in een rolstoel naar binnen.
  • De jonge vrouw moest haar leven helemaal aanpassen nadat ze invalide was geworden.
  • Diersoorten die zich goed kunnen aanpassen aan de veranderende leefomstandigheden zullen overleven de anderen sterven uit.
  • Ik moet de jurk eerst aanpassen, want ik kan zo niet goed zien of die staat.

Vertalingen

Engelsadapt, fit
Duitsanpassen, anprobieren
Spaansadaptar, adecuar, acomodar
Italiaansaggiustare
Poolsprzystosowywać, przymierzać