aanpraat
ˈamprat
Wat is de betekenis van aanpraat?
aanpraat betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
Voorbeelden van "aanpraat" in een zin
- ... dat ik aanpraat.
- ... dat jij aanpraat.
- ... dat hij aanpraat.
Veelgestelde vragen over aanpraat
Wat is de betekenis van aanpraat?
aanpraat betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
Hoeveel betekenissen heeft aanpraat?
aanpraat heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je aanpraat in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik aanpraat.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek