aanpraat

ˈamprat

Wat is de betekenis van aanpraat?

aanpraat betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten

Voorbeelden van "aanpraat" in een zin

  • ... dat ik aanpraat.
  • ... dat jij aanpraat.
  • ... dat hij aanpraat.