aanpraat
ˈamprat
Wat is de betekenis van aanpraat?
aanpraat betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanpraten
Voorbeelden van "aanpraat" in een zin
- ... dat ik aanpraat.
- ... dat jij aanpraat.
- ... dat hij aanpraat.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek