aanraking
vrouwelijk (de)/ˈanrakɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aanrakenIedere aanraking van de gebroken hand deed veel pijn.
- in aanraking met: te maken hebbend met; contact hebben metBent u wel eens in aanraking geweest met een veroordeelde.Via internet kwam ik met meerdere personen in aanraking die tijdens hun all-inclusive vakantie een ramp hadden beleefd.
Etymologie
* van aanraken
Vertalingen
Engelstouch, contact
DuitsBerührung, Kontakt
Spaanstoque, tocamiento, palpadura
Italiaanscontatto
Poolsdotyk, kontakt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek