aanslibsel
onzijdig (het)/ˈanslɪpsəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aangeslibde grondEr kwam veel aanslibsel uit de havens.
- (figuurlijk) ongewenste aanwas uit het verledenHet was nodig dat de liturgie en de sacramentenbeleving werden bevrijd van veel aanslibsel uit het verleden.Het aanslibsel dat de cybernetici in de beleidswetenschap hebben achter- gelaten.
Etymologie
* van aanslibben
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek