aanspraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈansprak/

Wat is de betekenis van aanspraak?

aanspraak betekent: (juridisch) het recht om het bezit of genot van iets te vorderen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) het recht om het bezit of genot van iets te vorderen
  2. de gelegenheid om te praten

Voorbeelden van "aanspraak" in een zin

  • Hij maakte aanspraak op het recht van overpad.
  • De eenzame oude vrouw had behoefte aan wat aanspraak.
  • De kinderen hadden meer dan genoeg aanspraak met alle hippies om zich heen en leken volop te genieten van het avontuur.

Betekenis en uitleg van aanspraak

Aanspraak verwijst naar het recht of de claim die iemand heeft op iets, zoals een goed, een dienst of zelfs een bepaalde status. Het gaat om de manier waarop je jouw behoeften of rechten kenbaar maakt en kunt onderbouwen.

Dit woord wordt vaak gebruikt in juridische of formele contexten, maar kan ook in alledaagse gesprekken voorkomen. Bijvoorbeeld, als je aanspraak maakt op een erfenis, geef je aan dat je recht hebt op een deel van het vermogen. Het gebruik van dit woord kan ook de nuance van verwachting of verzoek met zich meebrengen, afhankelijk van de situatie.

Voorbeelden

  • Na de scheiding maakte zij aanspraak op de gezamenlijke woning.
  • Het is belangrijk om goed te onderbouwen waarom je aanspraak wilt maken op die subsidie.
  • Tijdens de vergadering werd er gesproken over de aanspraak van werknemers op betere arbeidsvoorwaarden.

Woordoorsprong

Het woord 'aanspraak' is samengesteld uit 'aan' en 'spraak', wat verwijst naar het uitspreken of claimen van een recht of behoefte.

Veelgestelde vragen over aanspraak

Wat is de betekenis van aanspraak?

aanspraak betekent: (juridisch) het recht om het bezit of genot van iets te vorderen

Hoeveel betekenissen heeft aanspraak?

aanspraak heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft aanspraak?

aanspraak is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je aanspraak in een zin?

Voorbeeld: “Hij maakte aanspraak op het recht van overpad.

Vertalingen

Engelsclaim, claim
Fransprétention, revendication, revendiquer
DuitsAnspruch, in Anspruch nehmen, beanspruchen
Spaansreclamación, reivindicar, reclamar
Italiaansdiscorso, reclamare, pretendere
Deenskrav, kræve