aansteking
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het in brand steken of doen ontvlammen van iets vaak met een andere bron van vuur.
- iets of iemand besmetten met een micro-organisme
Etymologie
*afleiding van (nomact) van aansteken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek