aanstrijken
/ˈanstrɛikə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) langs iets strijkenDe snaren van een viool worden aangestreken met behulp van een strijkstok.
- (ov) (bouwkunde) voegen, dichtsmeren
- (ov) doen ontbrandenHij probeert een lucifer aan te strijken, maar de kop ketst af.
Vertalingen
Engelsplaster, rub
Spaansfrotar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek