aanstroom
Wat is de betekenis van aanstroom?
aanstroom betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanstromen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanstromen
Voorbeelden van "aanstroom" in een zin
- ... dat ik aanstroom.
Veelgestelde vragen over aanstroom
Wat is de betekenis van aanstroom?
aanstroom betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanstromen
Hoe gebruik je aanstroom in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik aanstroom.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek