aanvalslust
mannelijk (de)/ˈaɱvɑlsˌlʏst/
Wat is de betekenis van aanvalslust?
aanvalslust betekent: (sport), (militair) het verlangen om een tegenstander actief tegemoet te treden in de strijd
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport), (militair) het verlangen om een tegenstander actief tegemoet te treden in de strijd
Voorbeelden van "aanvalslust" in een zin
- Zo werd de ploeg die tot dat moment de beste kansen kreeg niet beloond voor zijn aanvalslust. Want Paul Gladon (kopbal) en Zian Flemming (van dichtbij) waren ook al gevaarlijk geweest. Tegenvaller voor de thuisclub was ook het wegvallen van de creatieve Mats Seuntjens, vlak voor de wedstrijd.
- De aanvalslust van de Duitsers ging ook na het doelpunt niet liggen. Onder anderen Kingsley Coman en Müller kregen mogelijkheden, maar hun schoten gingen respectievelijk voorlangs en over.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek