aanvalslust

mannelijk (de)/ˈaɱvɑlsˌlʏst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport, militair (sport), (militair) het verlangen om een tegenstander actief tegemoet te treden in de strijd
    Zo werd de ploeg die tot dat moment de beste kansen kreeg niet beloond voor zijn aanvalslust. Want Paul Gladon (kopbal) en Zian Flemming (van dichtbij) waren ook al gevaarlijk geweest. Tegenvaller voor de thuisclub was ook het wegvallen van de creatieve Mats Seuntjens, vlak voor de wedstrijd.
    De aanvalslust van de Duitsers ging ook na het doelpunt niet liggen. Onder anderen Kingsley Coman en Müller kregen mogelijkheden, maar hun schoten gingen respectievelijk voorlangs en over.