aardappelkoek
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- koek gemaakt van aardappelmeelWij, de huisgenoten, dienden het gekruide bier en de punch, de saffraankoek, de aardappelkoek, pasteitjes en peperkoek rond, zoals op Menfreya door vele generaties op Kerstmis was gedaan.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek