aardappelzak

mannelijk (de)/'ardɑpəlzɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (jute)zak waarin met aardappels kan vervoeren
    Tijdens de derde dodo-expeditie onderzochten de wetenschappers 65 aardappelzakken vol fosielrijk materiaal die vorig jaar tijdens een andere tocht werden gevonden. Het expeditieteam vond 54 dodobotten, die behoren tot minstens twee dodo’s.
    Als kind begroef ze haar moeder in een massagraf. Een geschonken aardappelzak beschermde haar in de oorlogsdagen tegen de koude van de Oekraïense winter. Rita Schweibes: „Wij wilden blijven leven, want zo zijn we geschapen.”
  2. lompe, vormeloze kleding voor dikke mensen
    Als we een model onze nieuwe collectie laten showen, laten we zien dat XXL-kleding niet saai en lelijk hoeft te zijn. Een groot shirt is allang geen aardappelzak meer, het is fashion."