aardvrucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/'artfrʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. alle eetbare wortels, knollen, bollen en vruchten die in de grond groeien

Etymologie

*samenstelling van aard, (van aarde) en vrucht

Vertalingen

Spaanstubérculo comestible, raís comestible
Russischкорнеплод