aardvrucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/'artfrʏxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- alle eetbare wortels, knollen, bollen en vruchten die in de grond groeien
Etymologie
*samenstelling van aard, (van aarde) en vrucht
Vertalingen
Spaanstubérculo comestible, raís comestible
Russischкорнеплод
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek