achterkleinkind
onzijdig (het)/ˈɑxtərklɛɪŋkɪnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) het kind van iemands kleinkindIk heb geen contact met mijn achterkleinkind.En zoals dat gaat op een camping wordt ook iedereen uitgenodigd om langs te komen voor een kop koffie. Als kinderen, kleinkinderen of achterkleinkinderen een nachtje willen komen slapen, wordt dat ook geregeld.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kind van een kleinkind’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Vertalingen
Engelsgreat-grandchild
Fransarrière-petit-enfant
DuitsUrenkel, Urenkelin
Spaansbisnieto, bisnieta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek