achterpaard
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het achterste paard van een vier- of zesspanTwee van de trojka's waren gewone sleden, de derde was van de oude graaf, met een draver uit Orjol als achterpaard; de vierde was van Nikolaj met een laag zwart ruigharig achterpaard.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek