achterpoort

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑxtərport/

Wat is de betekenis van achterpoort?

achterpoort betekent: een doorgang door een muur aan de achterzijde van een gebouw

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een doorgang door een muur aan de achterzijde van een gebouw

Voorbeelden van "achterpoort" in een zin

  • Voor In huis met een seriemoordenaar putten ze uit een gezamenlijk geheugen. Sanne: „De sfeer van de jaren zestig. De melkflessen bij de voordeur, het touwtje uit de brievenbus, buren die de achterpoort in en uit liepen.” Hij: „Nu zijn moorden aan de orde van de dag.NRC Rinskje Koelewijn 28 februari 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/02/28/onder-een-dak-met-een-moordenaar-1470351-a641761 Onder één dak met een moordenaar ]
  • In de loop van de jaren veranderde de samenstelling van de buurt. Lage huren trokken mensen met lage inkomens. Zoals eenoudergezinnen en buitenlanders. Op voordeuren en achterpoorten verschenen stickers met afbeeldingen van vervaarlijke honden. ‘Ik heb maar 5 seconden nodig.’ ‘Betreden op eigen risico.’ ‘Hier is er maar een de baas. Dat ben ik.’NRC Sheila KamermanDick Wittenberg 11 juli 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/07/11/hier-woont-rijk-nog-pal-naast-arm-maar-ze-ontmoeten-12341075-a636510 Hier woont rijk nog pal naast arm, maar ze ontmoeten elkaar nergens ]

Vertalingen

Engelsback-gate