achterschot

onzijdig (het)/ˈɑxterˌsxɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) eenvoudige houten wand die een ruimte scheidt van een daarachter gelegen ruimte
    Toen bij deze restauratie de achterschotten werden verwijderd, kwamen fragmenten van beeldhouw- en steekwerk in eikenhout te voorschijn.
    Het joodse boekhandeltje bevindt zich in de Simonsstraat, op nummer 40. (…) De geborduurde kop van een rabbijn, in witte, bruine en oudroze kruissteekjes, monstert vanuit een plastic lijst tegen het achterschot de berg curiosa aan zijn denkbeeldige voeten.