achterste

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (n) zitvlak, bips
    Hij viel wat ongelukkig op zijn achterste.
    Ik liep als het ware met een rasp in mijn achterste (chafing noemen ze dat in Amerika) wat verschrikkelijk veel pijn deed, het was alsof ik in brand stond.
  2. wie of wat het laatst in een rij is
    De achtersten werden het ergste getroffen door de aanval van de achtervolgers.

Etymologie

* is op te vatten als de overtreffende trap van het bijwoord achter

Uitdrukkingen

  • Het ( of zijn) achterste tegen de krib zettenzich stijfhoofdig tegen iets verzetten, zich dwars tegen iets aankanten [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org Stoett-48]
  • Op de achterste benen staanerg kwaad worden
  • Op zijn achterste poten staanVreselijk boos worden
  • Iemand op zijn achterste zolder jageniemand in het nauw drijven, in grote moeilijkheid brengen. [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org Stoett-2657]

Vertalingen

Engelsbackside, hind, last
Spaanstrasero, último