achterste
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) zitvlak, bipsHij viel wat ongelukkig op zijn achterste.Ik liep als het ware met een rasp in mijn achterste (chafing noemen ze dat in Amerika) wat verschrikkelijk veel pijn deed, het was alsof ik in brand stond.
- wie of wat het laatst in een rij isDe achtersten werden het ergste getroffen door de aanval van de achtervolgers.
Etymologie
* is op te vatten als de overtreffende trap van het bijwoord achter
Uitdrukkingen
- Het ( of zijn) achterste tegen de krib zetten — zich stijfhoofdig tegen iets verzetten, zich dwars tegen iets aankanten [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org Stoett-48]
- Op de achterste benen staan — erg kwaad worden
- Op zijn achterste poten staan — Vreselijk boos worden
- Iemand op zijn achterste zolder jagen — iemand in het nauw drijven, in grote moeilijkheid brengen. [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org Stoett-2657]
Vertalingen
Engelsbackside, hind, last
Spaanstrasero, último
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek