achteruit
mannelijk (de)/ˌɑxtəˈrœyt/
Wat is de betekenis van achteruit?
achteruit betekent: (techniek) een versnelling die een mechaniek in achterwaartse richting doet teruglopen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een versnelling die een mechaniek in achterwaartse richting doet teruglopen
- deel achter in iets; achterdeur
- naar achteren gericht, in achterwaartse richting
- in ongunstige richting.
Voorbeelden van "achteruit" in een zin
- Als je hem in z'n achteruit wilt zetten moet je de pook naar beneden drukken.
- Hij moest door de achterruit kijken doen hij met zijn auto achteruit reed.
- Plotseling verstijfde ik. Midden op het pad lag een reusachtige ratelslang te zonnen, de koningin van de woestijn. Ik schrok me kapot en sprong meteen achteruit.
- De zieke patiënt ging ineens snel achteruit en was de volgende dag overleden.
Vertalingen
Engelsaback, back, backward
Duitsrückwärts, zurück
Spaansatrás, hacia atrás, marcha atrás
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek