achteruitkijkspiegel

mannelijk (de)/ɑxtə'rœytkɛɪkspiɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een spiegel aan een auto of (motor)fiets waarmee men de situatie op de weg achter zich kan zien
    In de achteruitkijkspiegel zag de bestuurder een snelle auto aankomen.
    In haar achteruitkijkspiegel zag ze Max gehaast ja knikken.
    Salma keek hem via de achteruitkijkspiegel aan en zei: 'Hij antwoordde dat het dan zo in evenwicht is, dat het op die manier even vervelend voor haar is als voor hem.'

Etymologie

*Samenstelling van achter, uitkijk en spiegel

Vertalingen

Engelsrear-view mirror
Fransrétroviseur
DuitsRückspiegel
Spaansespejo retrovisor, retrovisor
Italiaansretrovisore
Poolslusterko wsteczne
Zweedsbackspegel