advent
mannelijk (de)/ɑtˈfɛnt/
Wat is de betekenis van advent?
advent betekent: (religie) (kerst) een periode van vier weken voor Kerstmis
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (kerst) een periode van vier weken voor Kerstmis
- (religie) de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus worden verwacht
Voorbeelden van "advent" in een zin
- Speciaal voor de advent maken we een adventskrans.
Etymologie
*van Latijn "adventus" "aankomst"
Vertalingen
Engelsadvent
FransAvent
DuitsAdvent
SpaansAdviento
ItaliaansAvvento
PortugeesAdvento
Poolsadwent
Zweedsadvent
Deensadvent
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek