adventszondag

mannelijk (de)/ɑt'fɛntsɔndɑx/

Wat is de betekenis van adventszondag?

adventszondag betekent: elk van de vier zondagen vóór kerstmis

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elk van de vier zondagen vóór kerstmis

Voorbeelden van "adventszondag" in een zin

  • Vanaf de uitkijktoren nabij de Needse berg was de eerste adventszondag de Needse Roop te horen.
  • Het is proppen geblazen deze zondagmiddag in de Oude Mattheüs in Eibergen. De bezoekers zijn echter niet de kerk binnengestapt om naar een preek te luisteren. In de kerk staan talrijke stands. Allerlei kerstattributen worden er verkocht. De kerk fungeert op deze vierde adventszondag als een kleine warenmarkt.