adventtijd
mannelijk (de)/ɑtˈfɛntɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de 24 dagen voor kerstmisAls alles volgens plan verloopt kunnen de parochianen de adventtijd weer in hun vertrouwde godshuis beleven. Vertrouwd, maar wel veel mooier dan voorheen. Want de restauratie brengt prachtige details weer tot leven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek