adventzondag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een van de vier zondagen die voorafgaan aan KerstmisWie de Beeklust Bloazers wil horen kan elke adventzondag van 10.00 uur tot 11.00 uur terecht in de Gravenallee.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek