afbijten

/ˈɑfbɛitə(n)/

Wat is de betekenis van afbijten?

afbijten betekent: (ov) met de tanden verwijderen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met de tanden verwijderen
  2. ov, figuurlijk (ov), (figuurlijk) iemand boos en kortaf toespreken
  3. ov (ov) met chemische middelen oplossen

Voorbeelden van "afbijten" in een zin

  • De daaropvolgende zinnen klonken afgebeten.

Betekenis en uitleg van afbijten

Afbijten betekent letterlijk het verwijderen of afschrapen van een stuk, vaak met de tanden. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om te verwijzen naar het beëindigen of stopzetten van iets, alsof je het letterlijk 'afbijt'.

Je gebruikt het woord 'afbijten' vaak in informele situaties, zoals wanneer je een snack of een hap van iets neemt. Het kan ook gebruikt worden om aan te geven dat je iets definitief beëindigt, bijvoorbeeld een gesprek of een relatie. In deze context heeft het een krachtige, beslissende nuance.

Voorbeelden

  • Hij kon het niet laten om de laatste stukjes van de chocoladereep af te bijten.
  • Na de ruzie besloot ze het gesprek af te bijten en weg te lopen.
  • Toen de vergadering te lang duurde, begon hij gewoon af te bijten van zijn lunch.

Woordoorsprong

Het woord is samengesteld uit 'af' en 'bijten', wat verwijst naar het proces van iets wegnemen door te bijten.

Veelgestelde vragen over afbijten

Wat is de betekenis van afbijten?

afbijten betekent: (ov) met de tanden verwijderen

Hoeveel betekenissen heeft afbijten?

afbijten heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van afbijten?

Synoniemen van afbijten zijn: afbekken, afblaffen, afkatten, afsnauwen, berispen.

Hoe gebruik je afbijten in een zin?

Voorbeeld: “De daaropvolgende zinnen klonken afgebeten.

Uitdrukkingen

  • num =1de spits afbijten / het spits afbijten [http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/747/ Taaladvies: Spits (de / het - afbijten)]|als eerste ergens aan beginnen
  • van zich afbijtenzich zelf verdedigen; voor zichzelf opkomen

Vertalingen

Engelsbite off
Duitsabbeißen, anfauchen, anschnauzen