berispen

/bəˈrɪspə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op strenge wijze zeggen dat het gedrag wordt afgekeurd
    De leraar berispte ons toen we te laat waren.
    Hij verwierp die gedachte echter direct om zichzelf vervolgens te berispen.

Etymologie

*afgeleid van het Middelnederlandse rispen

Vertalingen

Engelsblame, rebuke, reproach
Spaansreprender, reconvenir, censurar