afdekken

/ˈɑvdɛkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets over iets anders heen plaatsen
    We hebben de aardbeiplantjes afgedekt tegen de vorst.
  2. iemand beschermen tegen een aanval
    De minister werd afgedekt door zijn collega's.

Vertalingen

Engelscover up
Franscouvrir
Duitszudecken
Spaanstapar, cubrir
Poolsprzykryć