afdwalen

/ˈɑvdwalə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. het juiste pad kwijt raken
    Ik bleef moeiteloos bij een onderwerp zonder dat mijn gedachten afdwaalden.
    Mijn aandacht dwaalde langzaam af naar mijn rug en benen, die ook aardig moesten wennen aan de nieuwe omstandigheden.
    Zijn gedachten dwaalden af onder het monotone betoog van de gastspreker.

Vertalingen

Engelsstray, wander
Spaansdigresar