afhalen
/ˈɑfhalə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemenJe kunt daar nasi of bami afhalen.
- persoon meenemenLinda was me van huis komen afhalen.
- door trekken van iets anders ontdoenJe moet er eerst de beschermfolie afhalen voordat je de oven kunt gebruiken
- (kookkunst) het verwijderen van de draad bij peulvruchten (en dan nog vooral bij sperziebonen)
Vertalingen
Engelspick up
Fransemporter
Duitsabholen
Spaansrecoger
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek