afhouden

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op enige afstand laten, niet dichterbij laten komen
    Je kunt de brandende kaars beter verder van het brandbare gordijn afhouden.
  2. ov (ov) ~ van zorgen dat iemand iets niet doet, weerhouden [1]
    Hij werd van het onzalige plan afgehouden.
  3. ov, financieel (ov), (financieel) aftrekken [1]
    De schade door het lekkende dat veroorzaakt werd van de huur afgehouden.

Uitdrukkingen

  • je ogen ergens niet vanaf kunnen houdeniets heel aantrekkelijk vinden