woorden
boek
Start
›
A
›
afkoop
afkoop
mannelijk (de)
/ˈɑfkop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
betaling van een bedrag om een verplichting te beëindigen, of om van gezeur (afpersing) af te zijn
Etymologie
* van "afkopen"
Verwante woorden
afkocht
afkoel
afkoelde
afkoelden
afkoelen
afkoelend
afkoelende
afkoeling
afkoelingsfase
afkoelingsperiode
afkoelingssysteem
afkoelingstijd
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← afkookt
afkoopbaar →