afrot

Wat is de betekenis van afrot?

afrot betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afrotten

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afrotten
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afrotten
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afrotten

Voorbeelden van "afrot" in een zin

  • ... dat ik afrot.
  • ... dat jij afrot.
  • ... dat hij afrot.