afscheuren
/ˈɑfsxørə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) door een scheurbeweging van een groter geheel losrakenAls ze die plaat daar zo laten hangen scheurt er vanzelf een stuk af.
- (ov) met een scheurbeweging losmakenKun je van dat vel nog wat stukken afscheuren?
Vertalingen
Engelstear, get torn, tear off
Fransse déchirer, arracher, déchirer
Duitsabreißen, reißen, abreißen
Spaansarrancar
Italiaansstaccare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek