afschuw
Wat is de betekenis van afschuw?
afschuw betekent: hevige afkeer
Betekenis
- hevige afkeer
Voorbeelden van "afschuw" in een zin
- Haar gezicht was vertrokken van afschuw.
- Zweden koos aan het begin van de coronacrisis een aanpak die afweek van die in veel andere landen in Europa: scholen, sportscholen, horecazaken en winkels bleven open. Wel moesten Zweden 1,5 meter afstand van elkaar houden op straat. Tegelijkertijd werd erop gerekend dat mensen de nieuwe coronaregels vrijwillig zouden naleven, tot afschuw van buurlanden.
Betekenis en uitleg van afschuw
Afschuw is een sterke emotie die je ervaart wanneer je geconfronteerd wordt met iets dat je als zeer onaangenaam of afschuwelijk beschouwt. Het kan variëren van een lichte walging tot een diepgaande afkeer van iets of iemand.
Het woord afschuw wordt vaak gebruikt in situaties waarin je iets ziet of hoort dat je echt niet kunt verdragen. Het kan bijvoorbeeld gaan om wrede beelden of ongepaste gedragingen. De nuance van het woord ligt in de intensiteit van de emotie; afschuw is doorgaans sterker dan gewoon ongemak of irritatie.
Voorbeelden
- Toen ze de beelden van de dierenleed zag, voelde ze een intense afschuw opkomen.
- Zijn afschuw voor onrechtvaardigheid dreef hem om zich in te zetten voor sociale verandering.
- De afschuw die hij voor de film voelde, was zo sterk dat hij halverwege de zaal verliet.
Woordoorsprong
Het woord 'afschuw' komt van het Nederlandse 'schuwen', wat betekent 'met afkeer vermijden'. Het voorvoegsel 'af-' geeft aan dat het gaat om een sterke negatieve emotie.
Veelgestelde vragen over afschuw
Wat is de betekenis van afschuw?
afschuw betekent: hevige afkeer
Welk woordgeslacht heeft afschuw?
afschuw is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je afschuw in een zin?
Voorbeeld: “Haar gezicht was vertrokken van afschuw.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gevoel van afkeer’ voor het eerst aangetroffen in 1736