afslanken

/ˈɑfslɑŋkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) gewicht verliezen, meest door beweging en dieet
    Hij was twintig pond afgslankt.
  2. ov (ov) eufemistisch een groep in grootte doen verminderen bijvoorbeeld door ontslag
    Sommige groepen zullen afgeslankt worden en sommige groepen zullen niet voortgezet worden.
  3. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het afslanken in de tweede betekenis erin.
  4. enz.

Etymologie

*samenstellende afleiding van af (bijwoord) en slank (bijvoeglijk naamwoord) voor een (werkwoord)