afslanken
/ˈɑfslɑŋkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) gewicht verliezen, meest door beweging en dieetHij was twintig pond afgslankt.
- (ov) eufemistisch een groep in grootte doen verminderen bijvoorbeeld door ontslagSommige groepen zullen afgeslankt worden en sommige groepen zullen niet voortgezet worden.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het afslanken in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
*samenstellende afleiding van af (bijwoord) en slank (bijvoeglijk naamwoord) voor een (werkwoord)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek