afsoppen
Betekenis
werkwoord
- iets grondig met water en zeep reinigen„Maar ik heb het altijd heel intensief gedaan. Ik mis dat nu wel een beetje. Ik heb er altijd veel plezier in.” De schoonmaak heeft wat haar betreft niets met stralende voorjaarsdagen te maken. „We begonnen gewoon in januari, vanaf boven. Eerst de zolder: de balken soppen, de dozen leeghalen en alles uitschudden, de gordijntjes wassen. Daarna de bovenverdieping: de kasten in de slaapkamers leeghalen, de kleren naar buiten, alles afsoppen. En zo zachtjesaan naar beneden.” Reformatorisch Dagblad Geertje Bikker-Otten 23-03-2007 [https://www.rd.nl/meer-rd/consument/lentekriebels-1.1275001 Lentekriebels]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek