afstammen
/ˈɑfstɑmə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) ~ van: een nakomeling zijn vanKoningin Beatrix stamt af van {{w||Johan Willem Friso van Nassau-Dietz|Johan Willem Friso
- (erga) in directe lijn teruggevoerd kunnen wordenHet Nederlands stamt af van het West-Germaans.
Vertalingen
Engelsbe descended
Fransdescendre
Duitsabstammen
Spaansdescender
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek