afstammen

/ˈɑfstɑmə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) ~ van: een nakomeling zijn van
    Koningin Beatrix stamt af van {{w||Johan Willem Friso van Nassau-Dietz|Johan Willem Friso
  2. erga (erga) in directe lijn teruggevoerd kunnen worden
    Het Nederlands stamt af van het West-Germaans.

Vertalingen

Engelsbe descended
Fransdescendre
Duitsabstammen
Spaansdescender