afstappen
/ˈɑfstɑpə(n)/
Wat is de betekenis van afstappen?
afstappen betekent: ermee ophouden, ervan afzien
Betekenis
werkwoord
- ermee ophouden, ervan afzien
- (intr) omlaag stappen (van een fiets etc.)
- (intr) uitstappen (uit een voertuig)
- op iets of iemand afstappen: lopend naar iets of iemand toelopen
Voorbeelden van "afstappen" in een zin
- Hij had meer dan twee weken rust genomen en besloot de PCT zuidwaarts voort te zetten, van Canada richting Mammoth, waar hij de trail had verlaten. Ik hoorde dat hij niet ver was gekomen op zijn South Bound (SOBO) avontuur. Je kunt snel je flow en ritme verliezen als je van de trail afstapt.
- Toen hij op hen afstapte, was er direct de herkenning.
Vertalingen
Spaansapearse, bajar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek