afstraling
vrouwelijk (de)/'ɑfstralɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- licht en warmte die door een voorwerp wordt uitgezonden of gereflecteerd
- 'straling' of 'energie' die door een onstoffelijk wezen wordt uitgezonden
- effect dat iets of iemand heeft op zijn of haar omgeving
Etymologie
*afleiding van afstralen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek