afstraling

vrouwelijk (de)/'ɑfstralɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. licht en warmte die door een voorwerp wordt uitgezonden of gereflecteerd
  2. 'straling' of 'energie' die door een onstoffelijk wezen wordt uitgezonden
  3. effect dat iets of iemand heeft op zijn of haar omgeving

Etymologie

*afleiding van afstralen