afwasmachine

vrouwelijk (de)/ˈɑfwɑsmɑˌʃinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
    Zet de vaat even in de afwasmachine.
    Ze had het lege bord net in de afwasmachine gezet toen ze zijn voetstappen de trap af hoorde denderen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘toestel dat de afwas doet’ voor het eerst aangetroffen in 1961

Vertalingen

Engelsdishwasher
Franslave-vaisselle
DuitsGeschirrspülmaschine
Spaanslavavajillas, lavadora de vajilla, lavaplatos
Italiaanslavastoviglie
Russischпосудомоечная машина
Zweedsdiskmaskin