afweer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het afweren van aanvallen
    De afweer functioneerde perfect in de burgeroorlog.
  2. bescherming tegen vervelende dingen
    Het was gelach zonder vreugde, een afweer tegen het noodlot.
    Nu lijkt het of mijn adviezen almaar afketsen op een muur van afweer en coping. 'We gaan het gesprek afronden,' zeg ik bruusker dan ik wil.'Ik zal het dossier sluiten bij de verzekeraar.Je kunt gaan.'

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelsdefence
Spaansdefensa