afwerker

mannelijk (de)/'ɑfwɛrkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die de laatste essentiële handeling verricht die nodig is om een klus af te voltooien
    Coach Marco van Basten stelt door het vertrek van dat drietal en de blessure van de nieuwe Ghanese spits Matthew Amoah middenvelder Filip Djuricic op in de spits, maar hij is meer een aangever dan een afwerker. Het Parool 23 AUGUSTUS 2012 [https://www.parool.nl/sport/stevige-nederlaag-niet-scherp-heerenveen-in-noorwegen~a3305422/ Stevige nederlaag niet scherp Heerenveen in Noorwegen]
    ,,Hij was niet de beste dribbelaar, niet de beste afwerker en niet mister assist. Hij had het alledrie, hij was compleet", zei Eric Gerets, oud-speler en oud-trainer van onder meer PSV. Tubantia 15-03-17, [https://www.tubantia.nl/buitenlands-voetbal/levensgenieter-jan-ceulemans-presenteert-biografie~ad9922a8/ 'Levensgenieter' Jan Ceulemans presenteert biografie]
  2. iemand die de laatste kleine werkzaamheden verricht om een product netjes af te maken
    Het asfalt is 140 graden. Het knettert. Achter de wagen lopen twee mannen in T-shirt onder hun oranje hesje. Met de achterkant van een hark drukken ze de rand van het asfalt iets terug om overlap naar de naastgelegen rijbaan te voorkomen. Leen Potappel is een van de afwerkers. Hij roemt het teamgevoel om samen iets te maken. „De wegenbouw, het asfalt, dat is een apart wereldje waar je van moet houden.” NRC Miriam Vijge 12 augustus 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/08/12/nee-staan-we-weer-stil-11930332-a231049 Nee! Staan we wéér stil...]

Etymologie

* van afwerken

Vertalingen

Engelsfinisher, decorator