afwikkeling

vrouwelijk (de)/ˈɑfwɪkəˌlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handeling waarbij een opgerolde draad of kabel geleidelijk draaiend wordt losgemaakt
    De afwikkeling van een rol met kerstlichtjes moet je voorzichtig doen met twee personen, want anders gaan de lampjes kapot of raakt de draad in de war.
    Ook de afwikkeling van het garen door een gat onder in de spoel werd verbeterd.
  2. figuurlijk (figuurlijk) afhandeling van een bepaald zakelijk of technisch proces zoals van een schadegeval of van aanvragen voor het openen van een website of telefoongesprek
    De afwikkeling van je benoeming kan nog wel een paar weken duren.
    De minister verwacht dat de afwikkeling van de affaire nog zeker een jaar duurt.
  3. juridisch (juridisch) afhandeling van een gemeenschap van goederen die ontbonden moet worden zoals erfenis, huwelijksgemeenschap of bedrijfsboedel, inclusief vereffening en verdeling, ook liquidatie genoemd
    Erfgenamen, die willen voorkomen dat zij meer moeten betalen dan ontvangen en die toch hun nalatenschap niet willen verwerpen, omdat zij bang zijn tekort te komen wanneer de afwikkeling soms meevalt kunnen aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
  4. fysiologie (fysiologie) bewegingspatroon van onderdelen van de voet ten opzichte van elkaar tijdens het lopen
    Wanneer er sprake is van hyperpronatie duren deze bewegingen tijdens de afwikkeling van de voet te lang.

Etymologie

* van afwikkelen

Vertalingen

Engelscompletion
Fransrèglement
DuitsAbwicklung
Spaanstramitación
Zweedsavveckling