afzetting

vrouwelijk (de)/'ɑfsɛtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets waarmee je mensen kunt tegen houden zoals bijvoorbeeld een hek of een link
    De politie had rond de plaats van de misdaad een afzetting geplaatst.
  2. medisch (medisch) amputatie van een lichaamsdeel
  3. plek (in de bodem of een vloeistof) waarin bepaalde stoffen zijn terechtgekomen door neerslaan of bezinken

Etymologie

* van afzetten

Vertalingen

DuitsAbsperrung, Abtrennung, Amputation
Spaansyacimiento