agendasetting

mannelijk/vrouwelijk (de)/a'ɣɛndasɛtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aankaarten van een onderwerp; het plaatsen van een punt op de agenda
    Dewael verklaarde vandaag in De Zevende Dag dat alle partijen het eerder eens waren geworden over de agendasetting. Hij noemt het respectloos tegenover de negen andere partijen dat N-VA die agenda plots op de helling plaatste. ‘De Roover probeerde het debat weg te kapen, nog voor de vragenronde.’ N-VA ontkent, bij monde van Sander Loones, dat er unanimiteit was over de agendasetting.